Sluizentocht

Van een sluizentocht die een sluistocht werd

Het klinkt bijna als een sprookje en tja, dat was de tocht van 23 juli ook wel enigszins: tussen alle dagen met wind en regen hadden wij opeens een schitterende dag met veel zon en weinig of geen wind. Wij, dat waren 10 onverschrokken roeiers die de kanalen en sloten en singels van Gouda bestormden. En dus die ene sluis…
Met de Vettebroek en de Roggebroek trokken we er om 0900 uur op uit richting de sluis in de Breevaart, waar we van de hoogte de diepte in gingen of was het net andersom? Altijd weer even spannend, dat watergeweld in zo’n kleine ruimte. Voor een enkeling was dit de eerste sluizentocht, die nu inmiddels al voor de derde keer op het programma stond. De ervaren sluizenroeiers wisten dus dat het moeilijkste deel van de tocht zich al vrij snel zou aankondigen: de Karnemelksloot. Zo op het oog een vriendelijk watertje hoor, genoemd natuurlijk naar de oude praktijk toen er hier met melk gesjouwd moest worden en met aan beide zijden mooie, soms oude pandjes. Het water, bijna dichtgegroeid met prachtige lelies kabbelt onder een paar idyllische bruggetjes door. Kortom, een sprookje. Maar ja, om daar nou met slagschepen als de Vette- en Roggebroek doorheen te roeien, dat is weer een ander verhaal. “Half roeien!” riepen de twee stuurvrouwen, maar helaas lukte dat maar ten dele en al helemaal niet meer toen er een clubje kanoërs van onder een brug te voorschijn kwamen. En ook de waterlelies zorgden voor de nodige vertraging… We hadden veel bekijks van de wal, vooral bij de bruggetjes waar we ons liggend onderdoor moesten zien te wurmen. Op naar bredere wateren. De Blekersingel, de Fluwelensingel, de Kattensingel, de Turfmarkt. Daar vonden onze riemen en tassen onderdak bij vrienden, waarna de helft van de roeiers onder leiding van Rob een stadswandeling maakte en de andere helft een plezierig koffieplekje vonden in de tuin van het Verzetsmuseum ( aanrader!). De bediening daar is in handen van jonge mensen met een geestelijke handicap. Toen een van de meisjes hoorde dat wij per boot bij haar waren beland, liet ze op haar mobieltje een fotootje zien van een ver tropisch eiland en vroeg ” zijn jullie daar ook langs gekomen?” Op onze ontkenning schudde ze wat ongelovig haar kopje en raadde ons daar toch een volgende keer zeker even aan te leggen. Doen we!
Na deze onderbreking klommen we weer in de boten die op vernuftige wijze onder een brug werden doorgetrokken omdat keren met de boot daar onmogelijk was. We gingen nog verder de binnenstad in en leerden en passant van Rob wat van de geschiedenis van bruggen en panden en wateren. Ons lunchadres was bij De Kleischuur” aan de Turfsingel. Een zeer uitgebreide en overheerlijke lunch werd voor onze wat verbrande neuzen gezet en het was verleidelijk de tijd te vergeten. Maar we moesten ons houden aan de gemaakte afspraak met de brug- en sluiswachter, dus werd deze zitting node opgeheven. ( Ook De Kleischuur is een aanrader trouwens). Helaas ontbrak de tijd om van deze “Sluistocht” alsnog een ” Sluizentocht” te maken zoals we in voorgaande jaren deden, toen de Mallegatsluis en de Julianasluis ook op de route lagen.
Nu gingen we met veel minder moeite dan op de heenweg weer door de Karnemelksloot en arriveerden keurig op tijd bij de Breevaartsluis, die we deelden met twee sloepen. Eenmaal terug op de R&Z en na het schoonmaken van de boten, blikten we onder het genot van een koud biertje terug op weer een geslaagde tocht. En natuurlijk: chapeau voor de captain van de dag, Rob Nonner.

Bea Laport